En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei: ‘Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand? Sta op, Job, wapen je; ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet. Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet. Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde?
En wie sloot de zee af met een deur,
toen ze uit de schoot van de aarde brak?
Ik hulde haar in een gewaad van wolken
en omwond haar met donkere nevels.
Ik legde haar mijn grenzen op
en sloot haar af met deur en grendelbalk,
en zei: “Tot hiertoe en niet verder,
dit is de grens die ik je trotse golven stel.”
Heb jij ooit de morgen ontboden,
de dageraad zijn plaats gewezen,
om de uiteinden van de aarde te pakken
en de goddelozen van haar af te schudden? (Job 38:1-13)
We denken als mensen dat we zoveel te betekenen hebben, zetten onszelf op een troon, terwijl we God in een hokje proppen. In Job 1 tot 37 zijn Job en zijn vrienden aan het woord, hoofdstukken lang gooien ze hun visies op Job’s situatie eruit en doen zelfverzekerd hun zegje. Totdat God aan het woord komt, totdat degene spreekt die werkelijk weet wat er aan de hand is. God spreekt tot Job en zegt hem heel duidelijke waar de plek van de mens zich bevind; ver, heel erg ver onder God. Tot het einde van het bijbelboek spreekt God tot Job en uiteindelijk is het voor Job duidelijk en antwoord Hij:
Nu antwoordde Job de HEER:
‘Ik weet dat niets buiten uw macht ligt
en geen enkel plan voor u onuitvoerbaar is.
Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken?
Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip,
over wonderen, te groot voor mij om te bevatten.
“Luister,” zei ik, “dan zal ik spreken,
ik zal u ondervragen, zeg mij wat u weet.”
Eerder had ik slechts over u gehoord,
maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd.
Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij,
zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’ (Job 42:1-6)
Beseffen wij welke plek God inneemt in het universum en waar wij staan in vergelijking tot Hem? Durf er eens langer dan 5 minuten over na te denken.
Goed weekend!
Mark Winkelaar
Gerelateerd
Job had een verborgen zonde
Ontzag voor God (1)
Heb ontzag voor God (2)
2012, een nieuw jaar!
Groots avontuur







